de winst van extreem rechts: de polder kan niet wegkijken

Blog door Erik van Venetië

Of er nou een extreem rechts kabinet komt of niet, de lobbyende brancheorganisaties en andere verenigingen zullen iets móeten met de verkiezingsuitslag. Dat miljoenen kiezers de gevestigde instituties wantrouwen is niet alleen een kwestie voor politiek Den Haag, maar ook voor de organisaties in de polder. Hoe kunnen zij hun belangen behartigen als de steun voor de consensus-traditie afbrokkelt?

Het Nederlandse bestuur functioneert op basis van de bereidheid om samen naar oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen. Sociaal-economische vraagstukken zijn onderwerp van overleg tussen werkgevers en vakbonden, al vele decennia. Het klimaat, de pensioenen, de mobiliteit, de zorg, de woningbouw kwamen daar later bij. Over al die onderwerpen proberen  georganiseerde belangenbehartigers consensus te bereiken met de overheid. Aan tafels, in overleggen, commissies en raden. Iedere deelnemer weet: we kunnen stappen zetten door water bij de wijn te doen en te streven naar een  compromis. 

Die overleggen gedijen omdat de deelnemers elkaar vertrouwen, begrip hebben voor andermans belangen, omdat ze in het verleden successen hebben geboekt en ze ervan uitgaan dat hun compromissen ook worden uitgevoerd. Ook al lukt het niet altijd resultaten te boeken, de klassieke Nederlandse poldertraditie hoort bij Nederland. Andere landen zijn er jaloers op. 

Maar nu? 
Sinds 22 november is het politieke landschap ingrijpend veranderd. De politieke stromingen die historisch verweven zijn met de consensuscultuur (CDA, PvdA, VVD, GroenLinks en D66) zijn geslonken tot 63 zetels. Radicaal rechts (PVV, FVD en JA21) bereikte een record van 41 zetels. Ze zijn groot geworden door te polariseren. Ze willen de megafoon zijn van de ontevreden burger en de protesterende beroepsgroepen. Ze hebben geen automatische verbinding met de traditie van consensus. In tegendeel, ze zetten zich af tegen de instituties en hun belangenbehartigers. Compromis? Dat is een vies woord. 

Als we NSC en BBB, ook partijen zonder poldertraditie, erbij optellen komen we 68 Kamerzetels. Bijna een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar dat aantal  Kamerzetels zegt niet alles. Het gaat om wat erachter zit: de onderstroom van wantrouwen tegen de gevestigde orde. Want welke partij het in Den Haag ook voor het zeggen krijgt, dat maatschappelijk sentiment blijft bestaan.

Tot zover de context. Wat nu te doen? 
Negeren en hopen dat het wel weer overwaait? Hopen dat een  kabinet met Wilders er toch niet komt? Dat lijkt me een risicovolle vorm van wensdenken. 

Het is dus tijd voor actie. Welke mogelijkheden heb je als naar consensus zoekende vereniging? Ik schets een paar scenario’s met reactiestrategieën. Sommige zijn realistisch en voor de hand liggend, andere vallen buiten de gebaande paden. Bedoeld om de gedachten te scherpen. 

  • Het reparatiescenario 
    De brancheorganisaties en andere verenigingen doen hun best de bestaande poldertraditie te behouden. Ze zetten al hun stille diplomatie en lobbyvaardigheden in om de verbinding met de onervaren rechtse politici te leggen en hen te overtuigen van het belang van overleggen en samenwerken. Met de oproep aan de Kamer: kom erbij, jullie hebben ons nodig. 
     
  • Het vechtscenario 
    De felle versie van het reparatiescenario. De polderorganisaties bundelen de krachten en gaan de strijd aan. Tegen de compromisloosheid, tegen het sentiment van de makkelijke oplossingen. In een gepolariseerd land zoeken ze de dialoog met usual suspects en andersdenkenden, in de politiek, in de maatschappelijke omgeving en in de media. In alle openheid en buiten de behaaglijkheid van de eigen bubbel gaan ze op zoek naar nieuwe oplossingen. De polder verdedigt zichzelf én vernieuwt zichzelf. 
     
  • Het burgerscenario
    Wat de klassieke politieke stromingen niet lukt doen de belangenorganisaties wel: ze gaan in contact met de achterban, ook met de meest kritische leden die zich dreigen af te splitsen, de boeren, de verpleegkundigen, de onderwijzers. Op zoek naar de emoties, de standpunten en ideeën die leven in afhakend Nederland. Ze brengen het gegroeide wantrouwen in beeld en confronteren daarmee de Haagse politiek. De vereniging als vertegenwoordiger van de gebundelde burgerlobby’s.
     
  • Het polarisatie-scenario
    Dit is een breuk met de traditie. De organisaties in de polder gaan mee in de belangentegenstellingen. Ze voeren openlijk de alles-of-niets-strijd met elkaar. Het compromis is niet langer heilig. 
     
  • Het spiegelscenario
    De traditionele vereniging die met één stem spreekt houdt op te bestaan. Er ontstaan verschillende communities. Communities van activistische leden richten zich met radicale standpunten op de rechterflank van de politiek. Gematigde groepen zoeken consensus in de bestaande overlegstructuren. Innovatieve communities bouwen netwerken met nieuwe stakeholders. Samen vormen ze - onder de verenigingsparaplu - een afspiegeling van het politieke landschap. Elke community is klein, wendbaar en kiest een eigen stijl en werkwijze. 
     
  • Het turbulentie-scenario
    Een stap verder dan het spiegelscenario. Branches en koepels stappen uit de vaste overlegstructuren, splitsen zich op in deelbelangen en vormen ad-hoc-allianties met steeds wisselende burgergroepen (zoals patiënten, huurders) op zoek naar oplossingen op korte termijn voor concrete problemen. Geen visies, geen lange termijn visies. Vervolgens zoeken ze daarvoor wisselende politieke meerderheden in de Kamer.
     
  • Het do-it-yourself-scenario
    De brancheverenigingen blijven intact, maar  wenden zich af van de politiek. Hun lobbycapaciteit zetten ze in om lokaal en regionaal samen te werken. Met deskundigen, burgers, bedrijven. Samen bedenken ze  nieuwe uitwegen. Ze voeren die uit in zelf gecreëerde uitvoeringsorganisaties. Zonder politieke bemoeienis. Den Haag? Die hebben we niet nodig.

Tot zover de scenario’s. Overlappen ze elkaar? Zijn ze te combineren? Te ver van je bed? Ja, dat is allemaal waar. Maar daarvoor zijn scenario’s ook bedoeld. Als hulpmiddel om zelf een strategie te kiezen. Brancheorganisaties en andere verenigingen beschikken over veel denkkracht en meedenkende achterbannen met ervaringskennis. Waar de politiek verzaakt, nemen anderen die rol over. Daarom: Beste polder, kom in actie!

Over de schrijver
Erik van Venetië is adviseur en trainer op het gebied van belangenbehartiging en lobby, vooral voor verenigingen. Hij is partner van DNA en geeft trainingen lobby aan onze leden. 

Wil je reageren op de scenario’s. Mail met Erik op contact@erikvanvenetie.nl